Home OverigTextiel door de eeuwen heen: van vezels tot vindingrijkheid

Textiel door de eeuwen heen: van vezels tot vindingrijkheid

by Fleur

Textiel is overal om ons heen, elke dag weer. Het zit in je kleding, op je bed, aan je ramen en in de stoelen waarop je zit. Toch staan de meeste mensen er zelden bij stil hoe een stuk stof eigenlijk tot stand komt, of hoe lang mensen al bezig zijn met het maken van geweven en gebreide materialen. De geschiedenis van stoffen is veel rijker en boeiender dan je misschien denkt.

Van plant en dier naar draad en stof

De oudste sporen van geweven materialen dateren van meer dan tienduizend jaar geleden. Mensen leerden vezels te draaien tot draden en die draden in te weven tot stevige doeken. De grondstoffen kwamen uit de natuur: katoen uit de katoenbollenpluizen, wol van schapen, linnen uit de vlasstengel en zijde uit de cocon van de zijderups. Elke grondstof heeft zijn eigen eigenschappen. Wol houdt warmte vast en is van nature waterafstotend, terwijl katoen juist goed vocht opneemt en aangenaam licht aanvoelt op de huid. Linnen is een van de sterkste plantaardige vezels en wordt al in het oude Egypte gebruikt voor kleding en zeildoek. Die verscheidenheid aan materialen zorgde ervoor dat stoffen voor allerlei toepassingen geschikt waren, van fijne kledingstukken tot zware zeilen en tapijten.

Weven, breien en andere technieken

Er zijn veel verschillende manieren om van losse draden een samenhangend stuk stof te maken. Bij weven worden twee sets draden kruiselings door elkaar gehaald. De lengtedraden heten de schering, de dwarsdraden de inslag. Door te variëren in het patroon van kruisen en onderdoor gaan, ontstaan verschillende weefbindingen zoals satijn, keperstof en canvas. Brabantsbont is een mooi oud voorbeeld van een geweven stof met een traditioneel Zuid-Nederlands motief, nog altijd gewaardeerd om zijn kleurrijke strepen en ruitjes. Breien werkt anders: daarbij worden lusjes in elkaar gehaakt zodat de stof kan meeveren. Dat maakt gebreide stoffen geschikt voor kleding die mee moet bewegen met het lichaam, zoals truien en sokken. Naast weven en breien bestaan er nog technieken als vlechten, vilten en non-woven productie, waarbij vezels direct aan elkaar worden gebonden zonder dat ze eerst tot draad worden gesponnen.

Synthetische stoffen en hun invloed

Rond het begin van de twintigste eeuw veranderde er veel in de stofproductie. Wetenschappers leerden hoe ze vezels konden maken van chemische stoffen. Nylon was een van de eerste volledig synthetische vezels en werd in de jaren dertig ontwikkeld. Al snel volgden polyester, acryl en elastaan. Deze kunstvezels zijn goedkoper te produceren dan natuurlijke varianten en ze hebben eigenschappen die in de natuur niet voorkomen. Polyester kreukelt nauwelijks en droogt snel, elastaan rekt enorm uit en springt terug in vorm. Toch kleven er nadelen aan. Synthetische stoffen zijn meestal gemaakt op basis van aardolie en breken in de natuur slecht af. Bij het wassen laten ze ook microscopisch kleine plasticdeeltjes los die in het water terechtkomen. Dat heeft geleid tot een groeiende interesse in duurzame alternatieven, zoals stoffen gemaakt van gerecyclede flessen, bamboe, hennep of biologisch geteeld katoen.

Stoffen in huis en in de mode

Kleding is de bekendste toepassing van stoffen, maar het gebruik gaat veel verder. In huis vind je textiele materialen in gordijnen, vloerkleden, beddengoed en keukendoeken. In de auto zitten stoffen bekleding en veiligheidsriemen van speciaal weefsel. In ziekenhuizen worden non-woven materialen gebruikt als wegwerpmaskers en steriele verpakkingen. Mode is een andere wereld op zich. Ontwerpers kiezen bewust voor bepaalde weefsels en stoffen om een bepaald effect te bereiken, een vloeind silhouet, een stijf volume of een glanzende uitstraling. De combinatie van kleur, patroon en materiaal bepaalt hoe een kledingstuk eruitziet en aanvoelt. Elk seizoen verschijnen er nieuwe trends, maar de ambacht van het spinnen, weven en afwerken van stoffen blijft een vak dat vakmanschap vraagt en een lange traditie heeft.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen geweven en gebreide stof?
Bij geweven stof worden draden kruiselings door elkaar gehaald op een weefgetouw. Dat maakt de stof stevig en weinig rekbaar. Bij gebreide stof worden lusjes in elkaar gehaakt, waardoor de stof meegeeft en rekt. Gebreide materialen zijn daarom veel gebruikt voor kleding die mee moet bewegen, zoals truien en sportkleding.

Hoe herken je de samenstelling van een stof?
De samenstelling van een stof staat altijd op het wasvoorschriftlabel van kleding. Dat label zit meestal aan de binnenkant van een kledingstuk. Daar staat beschreven welke vezels zijn gebruikt, zoals 100% katoen of een mix van polyester en elastaan, en hoe je het kledingstuk het beste kunt wassen.

Waarom worden sommige stoffen duurzamer gemaakt?
Steeds meer stoffen worden duurzamer geproduceerd omdat de textielindustrie veel water, energie en chemicaliën gebruikt. Gewone katoenteelt verbruikt bijvoorbeeld zeer veel water. Door te kiezen voor biologisch katoen, gerecyclede vezels of materialen zoals hennep wordt de belasting op het milieu kleiner. Dat is een reden waarom steeds meer merken en consumenten hier bewust mee bezig zijn.

Wat maakt linnen een bijzondere stof?
Linnen is gemaakt van de vlasstengel en is een van de oudste stoffen ter wereld. Het valt op door zijn frisse, licht krakende aanraking en het feit dat het goed warmte afvoert. Daardoor wordt linnen vaak gebruikt voor zomerse kleding en beddengoed. Het kreukelt snel, maar veel mensen vinden die natuurlijke kreukels juist een kenmerk van de stof.

You may also like